1. Niet diep in een kast

Een meterkast is praktisch voor kabels, maar vaak ongunstig voor wifi. Deur, leidingen, metaal en de ligging aan de rand van de woning verzwakken of sturen het signaal de verkeerde kant op.

2. Niet op de vloer

Plaats een router of accesspoint bij voorkeur op meubelhoogte of hoger. Zo hoeven de radiogolven minder direct door meubels, radiatoren en andere obstakels.

3. Niet achter de televisie

Een groot scherm, metalen voet, spelcomputer en kabelbundel kunnen de directe omgeving ongunstig maken. Houd rondom het wifi-punt ruimte vrij.

4. Richt op de gebruiksruimte

Een centrale plaats is meestal beter dan maximale nabijheid tot één kamer. Voor meerdere verdiepingen kan één punt echter onvoldoende blijven; dan is een bekabeld accesspoint op de andere verdieping voorspelbaarder.

5. Meet vóór en na

Gebruik dezelfde telefoon en testlocaties. Meet eerst naast de router en daarna in de probleemkamers. Alleen een herhaalbaar verschil bewijst dat de nieuwe plaatsing helpt.